Depressie: een behandeling kiezen

De keuzemogelijkheden voor ernstige depressie

Op deze pagina staan korte beschrijvingen van alle behandelmogelijkheden voor mensen met een ernstige depressie. In het keuzeoverzicht wordt een overzicht gegeven van kenmerken van deze verschillende behandelmogelijkheden.

Psychotherapie

Er bestaan veel soorten psychotherapie. Gedragstherapie, cognitieve gedragstherapie en interpersoonlijke therapie zijn goed onderzocht en werken tegen een ernstige depressie. Al deze therapievormen kunnen ook in groepsvorm worden gevolgd. U kunt in overleg met een behandelaar kiezen voor één van de therapievormen. De keuze hangt af van uw problemen en het doel van de therapie. De behandeling kan bestaan uit alleen psychotherapie, maar een behandeling met psychotherapie én medicijnen is ook mogelijk.

Gedragstherapie

In gedragstherapie (ook wel GT genoemd) wordt via gedragsverandering gewerkt aan verbetering van de stemming. Mensen met een depressie gaan vaak contact met anderen vermijden en stoppen met hun hobby’s. Door dit gedrag komt iemand in een negatieve spiraal terecht, waardoor de depressie verergert.

In de therapie wordt een plan gemaakt om meer activiteiten te ondernemen, die plezierig zijn. Meestal is er bij gedragstherapie ook aandacht voor het contact met andere mensen. Tijdens de behandeling leert u zich in moeilijke situaties beter op uw gemak te voelen. Vaak worden oefeningen gedaan. Het is de bedoeling dat u thuis aan het werk gaat met de dingen die in de sessie zijn besproken.

Cognitieve gedragstherapie

Een bijzondere vorm van gedragstherapie is de cognitieve gedragstherapie (ook wel CGT genoemd). Net als in de gedragstherapie wordt in de CGT vaak gewerkt aan uitbreiding van plezierige activiteiten. Maar daarnaast gaat het in deze therapiemethode om het verband tussen uw depressie, uw gedachten en uw gedrag.

Bij deze therapie gaat het om het idee dat vervelende emoties ontstaan of blijven bestaan door denkfouten. Als u bijvoorbeeld angstig reageert op een situatie die eigenlijk niet echt bedreigend is, reageert u niet op die situatie maar op wat u denkt over de situatie . Eigenlijk bepaalt u dus zelf of u het als een probleem of gevaar ziet en hoe groot het probleem is. Dit gebeurt niet bewust en het gebeurt in een seconde. Door cognitieve therapie leert u de denkfouten te vervangen door meer kloppende en positieve gedachten.

Er wordt geoefend met concrete situaties. Vaak wordt gevraagd om een dagboek bij te houden. CGT bestaat uit een aantal wekelijkse sessies van drie kwartier bij een bevoegde behandelaar.

Interpersoonlijke therapie

Bij interpersoonlijke therapie (ook wel IPT genoemd) bespreekt u vooraf met de behandelaar hoeveel gesprekken u gaat hebben. Het doel is om depressieve klachten te verminderen door de aandacht te richten op problemen in de omgang met anderen of in uw persoonlijke situatie.

Samen met uw therapeut gaat u uitzoeken hoe uw persoonlijke situatie is en welke relaties u heeft. Daarna kiest u met uw behandelaar een thema voor de therapie. Er kan uit vier probleemgebieden worden gekozen: rouw, een conflict met een belangrijke ander, een ingrijpende verandering in uw leven (bijvoorbeeld pensionering) of een gebrek aan sociale vaardigheden. Er wordt niet gewerkt met huiswerkopdrachten.

IPT bestaat uit een aantal wekelijkse sessies van drie kwartier.

Medicijnen

Medicijnen tegen depressie worden antidepressiva genoemd. Ze kunnen helpen de symptomen en depressieve klachten te verminderen. Antidepressiva zijn geen slaappillen of kalmeringsmiddelen. Ook zijn ze niet verslavend. De behandeling kan bestaan uit het gebruik van antidepressiva alleen, maar een behandeling met antidepressiva en psychotherapie is ook mogelijk.

Als u antidepressiva gaat gebruiken, moet u van tevoren goede informatie krijgen van uw behandelaar. Bij gebruik en afbouwen van medicijnen is deskundige begeleiding noodzakelijk. Hierbij moet de behandelaar aandacht besteden aan uw eigen ervaringen en overwegingen. Lotgenotencontact en informatie die ervaringsdeskundigen geven kunnen een belangrijke ondersteuning zijn. Ook is het belangrijk dat u regelmatig met de behandelaar bespreekt hoe het met u gaat. In het begin is dat minstens elke veertien dagen.

Er zijn verschillende soorten antidepressiva, de bekendste soorten zijn serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en tricyclische antidepressiva (TCA’s). Antidepressiva werken allemaal ongeveer even goed en kunnen ook allemaal bijwerkingen geven. De keuze voor een bepaald middel hangt af van verschillende factoren, bijvoorbeeld uw eerdere ervaringen met antidepressiva of die van uw familie. Op apotheek.nl kunt u terecht voor meer informatie over de medicijnen die gebruikt kunnen worden bij een depressie.

Gebruik

Een behandeling met antidepressiva betekent dat u een vrij lange periode elke dag één of meerdere tabletten gebruikt. Nadat de depressieve klachten zijn verminderd, zult u de medicijnbehandeling nog minstens zes maanden moeten volhouden om een nieuwe depressie te voorkomen.

Werking

In de eerste weken van het medicijngebruik merkt u vaak weinig effect.

Als na vier weken de medicijnen nog niet of onvoldoende werken, kunt u met uw behandelaar bespreken of de dosering verhoogd moet worden. Verhogen van de dosis kan ook meer bijwerkingen geven.

Als u na zes tot tien nog weken nog ontevreden bent over het effect, kunnen u en uw behandelaar een aantal andere mogelijkheden bespreken. Deze zijn: overstappen op een ander antidepressivum of een tweede medicijn erbij gebruiken. Dit tweede medicijn versterkt dan de werking van uw eerste antidepressivum. Ook kunt u besluiten over te stappen op psychotherapie en de medicijnen af te bouwen. Met antidepressiva mag u nooit plotseling stoppen, ze moeten worden afgebouwd anders treden er onthoudingsverschijnselen op. Als u minder medicijnen gaat gebruiken of stopt, kan het zijn dat u last krijgt van duizeligheid, huilbuien, spier- en hoofdpijnen, angst, koorts, elektrische prikkelingen, transpiratie en depressie. De behandelaar en apotheker kunnen u hierbij begeleiden.

Bijwerkingen

Bijwerkingen zijn meestal niet te vermijden. U kunt vooral last van bijwerkingen krijgen in de eerste weken als de medicijnen nog niet werken. Het is niet altijd duidelijk of een bepaald verschijnsel een bijwerking is of een klacht die bij de depressie hoort. Vooraf kan niet voorspeld worden of u bijwerkingen van antidepressiva krijgt en welke bijwerkingen dat zijn. Bijwerkingen kunnen hinderlijk zijn, maar zijn meestal geen reden om over te stappen op een ander antidepressivum. Bijwerkingen verdwijnen meestal na een tijd van zelf.

De bijwerkingen die mensen kunnen krijgen verschillen per medicijn. Mensen die een TCA gebruiken, hebben last van bijwerkingen als: slaperigheid, een droge mond, duizeligheid, hartkloppingen, transpireren, misselijkheid, verstopping, moeilijk plassen en minder zin in vrijen. Mensen die een SSRI gebruiken, hebben meer last van misselijkheid, diarree, angst, slapeloosheid, hoofdpijn, agitatie en nervositeit. Gedachten over het plegen van zelfmoord kunnen in de eerste weken van de behandeling doorgaan of erger worden. De behandelaar moet vooral in de eerste weken van de behandeling extra goed letten op deze bijwerkingen en problemen.

Op de website van apotheek.nl kunt u terecht voor meer informatie over antidepressiva.