Depressie: een behandeling kiezen

De keuzemogelijkheden voor matige depressie

Op deze pagina staan korte beschrijvingen van alle behandelmogelijkheden voor mensen met een matige depressie. In het keuzeoverzicht wordt een overzicht gegeven van kenmerken van deze verschillende behandelmogelijkheden.

Voorlichting

Als u met depressieve klachten bij een hulpverlener komt, dient de hulpverlener u altijd goede voorlichting te geven over de aandoening. Een intensieve vorm van voorlichting heet psycho-educatie.

Wat houdt goede voorlichting in?

Goede voorlichting betekent dat de hulpverlener u minimaal informatie geeft over depressie, de gevolgen van de aandoening en de behandelmogelijkheden die u kunt kiezen. Door goede voorlichting krijgt u inzicht in uw ziekte. Het kan u helpen om beter om te gaan met de gevolgen van een depressie. Voor voorlichting kan één gesprek met uw hulpverlener genoeg zijn, maar vaak zijn meerdere gesprekken nodig.

Psycho-educatie

Een intensieve vorm van voorlichting heet psycho-educatie. Psycho-educatie kan helpen om de depressie beter te begrijpen, te accepteren of de klachten te verminderen.

Psycho-educatie bestaat uit een aantal bijeenkomsten waarin informatie over depressie wordt gegeven. Tijdens deze bijeenkomsten krijgen mensen uitleg over wat een depressie is, welke verschijnselen bij de ziekte horen, welke behandelmogelijkheden er zijn, wat iemand zelf kan doen om de genezing te versnellen, en hoe iemand kan voorkomen dat een depressie terugkomt.

Psycho-educatie kan plaatsvinden in de vorm van een cursus of in gesprekken met de eigen behandelaar. De behandelaar heeft dan meer de rol van leraar dan van behandelaar.

Psycho-educatie is niet alleen nuttig voor iemand met een depressie, maar ook voor familie en andere betrokkenen.

Ondersteunende begeleiding

Ondersteunende begeleiding kan bestaan uit praktische hulp, begeleidende gesprekken en counseling of casework.

Praktische hulp

Bij praktische hulp wordt er gewerkt aan het oplossen van praktische problemen die met uw depressie te maken hebben. Hier gaat het om zaken als de verzorging van het gezin, financiële problemen, problemen met werk, enzovoort.

Begeleidende gesprekken

Bij begeleidende gesprekken heeft de hulpverlener vooral aandacht voor het organiseren of structureren van de dag. U krijgt adviezen over goede leefgewoonten om de depressie aan te pakken. Voorbeelden van dergelijke adviezen zijn: probeer actief te blijven, maak een dagprogramma.

Counseling of casework

Bij counseling of casework moedigt de hulpverlener u aan om te werken aan bepaalde activiteiten of doelen. Ook kunt u hulp krijgen bij het begrijpen van uw gevoelens of bij het in contact komen met andere mensen.

Cursussen

Er bestaan cursussen die u leren omgaan met een depressie. Deze cursussen zijn een vorm van behandeling waarin u zelf werkt aan het oplossen van de depressieve klachten. U krijgt hierbij weinig begeleiding van hulpverleners.

Het doel van de cursussen is de depressieve klachten te verminderen of in ieder geval verergering van de klachten te voorkomen.

Er wordt in de cursussen veel informatie over depressie gegeven. U leert praktische vaardigheden die helpen meer greep te krijgen op depressieve gevoelens. Vaardigheden die aan bod komen zijn onder andere beter leren ontspannen, meer plezierige activiteiten ondernemen en het vergroten van sociale vaardigheden. Ook wordt u aangemoedigd om oefeningen te doen.

De cursussen worden gegeven in groepsverband, maar u kunt ook thuis zelfstandig de cursus volgen. In beide varianten is de inhoud ongeveer hetzelfde, het verschil zit in de manier waarop u werkt.

Groepscursus

De groepscursussen worden meestal georganiseerd door een geestelijke gezondheidszorginstelling (GGZ), maar kunnen ook in de huisartsenpraktijk plaats vinden. De cursus ‘In de put, uit de put’ en de cursus ‘Omgaan met depressie’ zijn al in veel regio’s bekend.

Individuele cursus

De individuele cursus wordt wel bibliotherapie genoemd. De behandeling staat op schrift of op een band en u werkt thuis met het cursusmateriaal. Bij het doorwerken van het materiaal wordt u ondersteund door een hulpverlener uit een GGZ-instelling. Dit gebeurt telefonisch. De korte telefoongesprekken zijn geen therapie, maar bedoeld om u te steunen.

Bewegen

Voldoende lichamelijke beweging kan bijdragen aan de behandeling, en mogelijk ook aan het voorkomen van depressies. Onvoldoende bewegen en sporten behoort tot de meest voorkomende symptomen van een depressie. Te weinig bewegen leidt tot een verslechtering van de lichamelijke conditie, gebrek aan energie en snellere vermoeidheid bij geringe inspanning. Deze symptomen versterken de depressie en houden de depressie in stand. Deze vicieuze cirkel kan doorbroken worden door de lichamelijke fitheid en het prestatievermogen te verbeteren. U kunt zelf bewegen of deelnemen aan een bewegingsprogramma dat georganiseerd is door de GGZ.

Zelf bewegen

U kunt op verschillende manieren bewegen, bijvoorbeeld door te zwemmen, fietsen, wandelen, rennen of door krachttraining. De manier waarop u beweegt maakt niet uit. Door te bewegen werkt u aan een betere conditie, aan het doorbreken van het gevoel lichamelijk vast te zitten en leert u grenzen stellen. Vaak leert men andere mensen kennen, wat ook een goed effect kan hebben. Bewegen als behandeling tegen depressie is meer dan af en toe een korte wandeling maken. Het is belangrijk dat u twee tot drie keer per week beweegt, en dat u het minimaal zes weken volhoudt.

Bewegingsprogramma in de GGZ

Er bestaan speciale bewegingsprogramma’s in de GGZ voor verschillende groepen. Bij deze programma’s gaan mensen wandelen, joggen of rennen onder begeleiding van een sportleraar, fysiotherapeut of GGZ-hulpverlener. GGZ-instellingen organiseren soms met andere instanties hardlooptrainingen voor verschillende doelgroepen. De trainingsprogramma’s worden aangepast op wat u kunt.

Kortdurende gespreksbehandeling

Er bestaan veel vormen van kortdurende gespreksbehandeling, maar op een aantal punten zijn ze gelijk. Een bijzondere gespreksbehandeling heet Problem Solving Treatment.

Wat houdt de kortdurende gespreksbehandeling in?

Kortdurende gespreksbehandeling bestaat uit ongeveer zes tot acht gesprekken. De behandeling begint altijd vrijwel direct nadat u zich bij de hulpverlening heeft aangemeld. Er vinden geen uitgebreide lichamelijke of psychische onderzoeken plaats.

De behandelaar is als een coach. Hij of zij verkent met u het probleem en helpt u om uw eigen kwaliteiten en mogelijkheden te gebruiken om van uw klachten af te komen. Het gaat om problemen in het hier en nu. Uw jeugd en relaties met mensen uit het verleden worden niet besproken. Het doel is om meer controle te krijgen over depressieve klachten. Ook leert u omgaan met uw problemen.

Problem Solving Treatment

Een specifieke gespreksbehandeling is de probleem oplossende behandeling, die Problem Solving Treatment of kortweg PST wordt genoemd. Het gaat om een duidelijk omschreven behandeling, waarin de hulpverlener een aantal vaste stappen met u doorloopt. In maximaal zes korte gesprekken werkt u aan het oplossen van problemen uit uw dagelijks leven. Deze problemen kunnen te maken hebben met uw relaties, met werk, met financiële problemen of met te weinig plezierige activiteiten. De hulpverlener helpt u om zelf aan het werk te gaan.

De hulpverlener is een soort leraar, die u leert om problemen volgens een aantal stappen op te lossen. Dit kunt u ook gebruiken bij andere zaken, ook als de depressie is verdwenen. In ons land is de PST behandeling nog niet erg bekend, ook zijn er weinig hulpverleners in getraind.

Psychotherapie

Er bestaan veel soorten psychotherapie. Gedragstherapie, cognitieve gedragstherapie en interpersoonlijke therapie zijn goed onderzocht en werken tegen een matige depressie. Al deze therapievormen kunnen ook in groepsvorm worden gevolgd. U kunt in overleg met een behandelaar kiezen voor één van de therapievormen. De keuze hangt af van uw problemen en het doel van de therapie. De behandeling kan bestaan uit alleen psychotherapie, maar een behandeling met psychotherapie én medicijnen is ook mogelijk.

Gedragstherapie

In gedragstherapie (ook wel GT genoemd) wordt via gedragsverandering gewerkt aan verbetering van de stemming. Mensen met een depressie gaan vaak contact met anderen vermijden en stoppen met hun hobby’s. Door dit gedrag komt iemand in een negatieve spiraal terecht, waardoor de depressie verergert.

In de therapie wordt een plan gemaakt om meer activiteiten te ondernemen, die plezierig zijn. Meestal is er bij gedragstherapie ook aandacht voor het contact met andere mensen. Tijdens de behandeling leert u zich in moeilijke situaties beter op uw gemak te voelen. Vaak worden oefeningen gedaan. Het is de bedoeling dat u thuis aan het werk gaat met de dingen die in de sessie zijn besproken.

Cognitieve gedragstherapie

Een bijzondere vorm van gedragstherapie is de cognitieve gedragstherapie (ook wel CGT genoemd). Net als in de gedragstherapie wordt in de CGT vaak gewerkt aan uitbreiding van plezierige activiteiten. Maar daarnaast gaat het in deze therapiemethode om het verband tussen uw depressie, uw gedachten en uw gedrag.

Bij deze therapie gaat het om het idee dat vervelende emoties ontstaan of blijven bestaan door denkfouten. Als u bijvoorbeeld angstig reageert op een situatie die eigenlijk niet echt bedreigend is, reageert u niet op die situatie maar op wat u denkt over de situatie . Eigenlijk bepaalt u dus zelf of u het als een probleem of gevaar ziet en hoe groot het probleem is. Dit gebeurt niet bewust en het gebeurt in een seconde. Door cognitieve therapie leert u de denkfouten te vervangen door meer kloppende en positieve gedachten.

Er wordt geoefend met concrete situaties. Vaak wordt gevraagd om een dagboek bij te houden. CGT bestaat uit een aantal wekelijkse sessies van drie kwartier bij een bevoegde behandelaar.

Interpersoonlijke therapie

Bij interpersoonlijke therapie (ook wel IPT genoemd) bespreekt u vooraf met de behandelaar hoeveel gesprekken u gaat hebben. Het doel is om depressieve klachten te verminderen door de aandacht te richten op problemen in de omgang met anderen of in uw persoonlijke situatie.

Samen met uw therapeut gaat u uitzoeken hoe uw persoonlijke situatie is en welke relaties u heeft. Daarna kiest u met uw behandelaar een thema voor de therapie. Er kan uit vier probleemgebieden worden gekozen: rouw, een conflict met een belangrijke ander, een ingrijpende verandering in uw leven (bijvoorbeeld pensionering) of een gebrek aan sociale vaardigheden. Er wordt niet gewerkt met huiswerkopdrachten.

IPT bestaat uit een aantal wekelijkse sessies van drie kwartier.

Medicijnen

Medicijnen tegen depressie worden antidepressiva genoemd. Ze kunnen helpen de symptomen en depressieve klachten te verminderen. Antidepressiva zijn geen slaappillen of kalmeringsmiddelen. Ook zijn ze niet verslavend. De behandeling kan bestaan uit het gebruik van antidepressiva alleen, maar een behandeling met antidepressiva én psychotherapie is ook mogelijk.

Als u antidepressiva gaat gebruiken, moet u van tevoren goede informatie krijgen van uw behandelaar. Bij gebruik en afbouwen van medicijnen is deskundige begeleiding noodzakelijk. Hierbij moet de behandelaar aandacht besteden aan uw eigen ervaringen en overwegingen. Lotgenotencontact en informatie die ervaringsdeskundigen geven, kunnen een belangrijke ondersteuning zijn. Ook is het belangrijk dat u regelmatig met de behandelaar bespreekt hoe het met u gaat. In het begin is dat minstens elke veertien dagen.

Er zijn verschillende soorten antidepressiva, de bekendste soorten zijn serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en tricyclische antidepressiva (TCA’s). Antidepressiva werken allemaal ongeveer even goed en kunnen ook allemaal bijwerkingen geven. De keuze voor een bepaald middel hangt af van verschillende factoren, bijvoorbeeld uw eerdere ervaringen met antidepressiva of die van uw familie. Op apotheek.nl kunt u terecht voor meer informatie over de medicijnen die gebruikt kunnen worden bij een depressie.

Gebruik

Een behandeling met antidepressiva betekent dat u een vrij lange periode elke dag één of meerdere tabletten gebruikt. Nadat de depressieve klachten zijn verminderd, zult u de medicijnbehandeling nog minstens zes maanden moeten volhouden om een nieuwe depressie te voorkomen.

Werking

In de eerste weken van het medicijngebruik merkt u vaak weinig effect.

Als na vier weken de medicijnen nog niet of onvoldoende werken, kunt u met uw behandelaar bespreken of de dosering verhoogd moet worden. Verhogen van de dosis kan ook meer bijwerkingen geven.

Als u na zes tot tien nog weken nog ontevreden bent over het effect, kunnen u en uw behandelaar een aantal andere mogelijkheden bespreken. Deze zijn: overstappen op een ander antidepressivum of een tweede medicijn erbij gebruiken. Dit tweede medicijn versterkt dan de werking van uw eerste antidepressivum. Ook kunt u besluiten over te stappen op psychotherapie en de medicijnen af te bouwen. Met antidepressiva mag u nooit plotseling stoppen, ze moeten worden afgebouwd anders treden er onthoudingsverschijnselen op. Als u minder medicijnen gaat gebruiken of stopt, kan het zijn dat u last krijgt van duizeligheid, huilbuien, spier- en hoofdpijnen, angst, koorts, elektrische prikkelingen, transpiratie en depressie. De behandelaar en apotheker kunnen u hierbij begeleiden.

Bijwerkingen

Bijwerkingen zijn meestal niet te vermijden. U kunt vooral last van bijwerkingen krijgen in de eerste weken als de medicijnen nog niet werken. Het is niet altijd duidelijk of een bepaald verschijnsel een bijwerking is of een klacht die bij de depressie hoort. Vooraf kan niet voorspeld worden of u bijwerkingen van antidepressiva krijgt en welke bijwerkingen dat zijn. Bijwerkingen kunnen hinderlijk zijn, maar zijn meestal geen reden om over te stappen op een ander antidepressivum. Bijwerkingen verdwijnen meestal na een tijd van zelf.

De bijwerkingen die mensen kunnen krijgen verschillen per medicijn. Mensen die een TCA gebruiken hebben last van bijwerkingen als: slaperigheid, een droge mond, duizeligheid, hartkloppingen, transpireren, misselijkheid, verstopping, moeilijk plassen en minder zin in vrijen. Mensen die een SSRI gebruiken, hebben meer last van misselijkheid, diarree, angst, slapeloosheid, hoofdpijn, agitatie en nervositeit. Gedachten over het plegen van zelfmoord kunnen in de eerste weken van de behandeling doorgaan of erger worden. De behandelaar moet vooral in de eerste weken van de behandeling extra goed letten op deze bijwerkingen en problemen.

Op de website van apotheek.nl kunt u terecht voor meer informatie over antidepressiva.

Sint-janskruid

Sint-janskruid is een plant die werkt tegen depressies. Het Sint-janskruid kan een alternatief zijn voor antidepressiva, maar heeft ook bijwerkingen. Kiezen voor Sint-janskruid betekent dat u uzelf behandelt met een geneeskrachtig kruid. Het kruid is in de handel als druppels, dragees, capsules en tabletten.

Een behandeling met het Sint-janskruid is niet zonder gevaar, vooral niet als het samen met andere middelen wordt gebruikt. Sint-janskruid kan niet worden gebruikt in combinatie met de anticonceptiepil, omdat dan toch zwangerschap kan optreden.

Sint-janskruid kunt u zonder recept kopen, maar overleg met de huisarts of apotheker om uzelf veilig te kunnen behandelen. Voor informatie over de interacties van Sint-janskruid met andere medicijnen kunt u terecht op apotheek.nl.