Osteoporose: wel of geen medicijnen slikken om botbreuken te voorkomen

Loopt u risico op botbreuken?

U kunt op verschillende manieren erachter komen dat u een verhoogde kans heeft op botbreuken. Bijvoorbeeld na een botbreuk in het ziekenhuis. Als u ouder dan 50 jaar bent en een botbreuk heeft, is een onderzoek op osteoporose aan te raden. Als uw zorgverlener dit niet bij u doet, kunt u hier naar vragen. Als u osteoporose heeft, heeft u namelijk meer kans op een nieuwe botbreuk.

Om uw kans op botbreuken te onderzoeken, zal uw arts kijken naar risicofactoren. Dit zijn persoonlijke kenmerken waardoor u meer kans heeft om een bot te breken. Ook als u u geen bot gebroken heeft, maar u heeft wel een aantal risicofactoren, kunt u met uw arts bespreken hoe groot uw kans is op botbreuken.

De belangrijkste risicofactoren voor botbreuken zijn:

Risicofactoren waar u geen invloed op heeft:

  • Ouder dan 60 jaar: De kans op botbreuken wordt groter naarmate u ouder wordt.
  • Vrouwen: Na de overgang (menopauze) gaat de botafbraak sneller. Dat komt doordat uw lichaam dan geen oestrogenen (vrouwelijke hormonen) meer aanmaakt. Deze oestrogenen beschermen tegen te veel botafbraak. Zonder deze hormonen heeft u dus meer kans op botbreuken.
  • Heupbreuk bij een ouder: Als uw vader of moeder osteoporose heeft of een heup gebroken heeft, dan is uw kans op botbreuken ook groter.
  • Medicijnen: Medicijnen met corticosteroïden (soort hormonen) versnellen de botafbraak en verminderen de aanmaak van het bot. Als u lange tijd corticosteroïden gebruikt, dan is uw kans op botbreuken groter.
  • Reumatoïde artritis: Als u reuma heeft, heeft u meer kans op botbreuken.
  • Recente botbreuk: Als u ouder bent dan 50 jaar en u heeft afgelopen jaar een bot gebroken, dan is de kans op een nieuwe botbreuk de volgende jaren groter.

Risicofactoren waar u wel (enige) invloed op heeft:

  • Laag gewicht: Als uw BMI (Body Mass Index) lager is dan 20 kg/m2, dan is uw kans op botbreuken groter. U berekent uw BMI als volgt: vermenigvuldig uw lengte met uw lengte (lengte * lengte). Deel uw gewicht door dit getal. Als u bijvoorbeeld 1.63 meter lang bent en 58 kg weegt, is uw BMI (58 / (1.63 x 1.63)): 21.8 kg/m2. Op de website van de Hartstichting kunt u ook uw BMI berekenen.
  • Roken: Als u rookt dan is uw kans op botbreuken groter.
  • Alcohol: Als u meer dan 2 glazen alcohol per dag drinkt is uw kans op botbreuken groter.
  • Weinig lichaamsbeweging: Als u een hulpmiddel nodig heeft bij het lopen of als u afgelopen jaar meer dan 4 weken niet heeft gelopen heeft u meer kans op een botbreuk.
  • Vallen: Hoe vaker u valt, hoe groter uw kans op een botbreuk. Vooral wanneer u het laatste jaar meer dan 2 maal bent gevallen.

Risicofactoren versterken elkaar. Als u meerdere risicofactoren heeft dan heeft u een groter risico op het krijgen van een nieuwe botbreuk. Bijvoorbeeld: heeft u laatst een bot gebroken? Rookt u? Heeft u reuma? Als u alle drie vragen met ‘ja’ moet beantwoorden, dan heeft u een nog groter risico op een nieuwe botbreuk. Als u meer informatie wilt over risicofactoren vraag dit dan aan uw arts of verpleegkundige.

Als blijkt dat u een hoog risico heeft om een bot te breken, is het belangrijk om te kijken of u iets wilt doen om uw botkwaliteit te verbeteren. Er zijn medicijnen die de kans op botbreuken kleiner maken. Uw arts kan u helpen bij het maken van de keuze of u medicijnen wil gebruiken om botbreuken te voorkomen. Ook kan deze keuzehulp u helpen bij deze keuze.