Spontane klaplong: wel of niet plakken?

Keuzemogelijkheden

Er zijn verschillende opties voor de behandeling van een klaplong. Deze worden hieronder beschreven. De opties zijn niet in alle gevallen toepasbaar. Uw arts geeft aan welke behandelopties er in uw specifieke geval mogelijk zijn.

De belangrijkste keuze die mensen met een klaplong meestal hebben voor hun behandeling, is wel of niet plakken. Wat houdt wel plakken en wat houdt niet plakken in?

Wel plakken

Drainage met plakken houdt in dat er een slang wordt ingebracht in de borstholte tussen de borstkas en de long. Met de slang is eerst lucht weg te zuigen (door een waterslot of actieve zuigkracht). Zodra de long geen lucht meer lekt, is via de slang fijn talkpoeder in te spuiten. Hiermee is het longvlies van de borstkas tegen de long te plakken.

In veel ziekenhuizen wordt direct een kijkoperatie (thoracoscopie) gedaan waarbij gelijk geplakt (getalkeerd) wordt. Tijdens het kijken wordt talkpoeder op het longoppervlak verspreid. Er wordt dan alsnog een slang achtergelaten in dit gaatje (ongeveer 1,5 cm) om de lucht weg te zuigen. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving, dus zonder narcose, maar vaak met goede pijnstilling, zoals een ruggenprik.

Het voordeel van plakken is dat de kans op nog een klaplong zeer klein wordt. Het succespercentage is ongeveer 95 procent. Het nadeel is dat het plakken met talk pijn kan doen gedurende een periode van meestal uren tot soms dagen na de ingreep. Dit is met de juiste pijnstilling meestal goed op te vangen. Door het plakken gaat de longfunctie niet achteruit (geen stuggere long)

Niet plakken

Het belangrijkste alternatief van plakken is alleen wegzuigen van de lucht (drainage). Daartoe wordt met een prik de lucht weggezogen en/of een slang ingebracht in de borstholte tussen de borstkas en de long. Soms blijft de lucht weg na eenmalig afzuigen.Via de slang wordt de lucht continu weggezogen (door een waterslot of actieve zuigkracht). Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving.

Deze ingreep is er niet op gericht herhaling te voorkomen. De kans dat u nogmaals een spontane klaplong krijgt, is in veel gevallen zo'n 30 tot 50 procent (zie Over een spontane klaplong).

Andere behandelopties, niet gericht op voorkomen van herhaling:

  • Niets doen: dit is alleen te overwegen bij een kleine klaplong. Bij een kleine klaplong is maar een klein deel in elkaar 'geklapt'.
  • Extra zuurstof geven via een neusslang: dit versnelt tot zesmaal het opruimen van de lucht in de borstholte.

Andere behandelopties, gericht op voorkomen van herhaling:

  • Kijkoperatie door een chirurg (VATS). Het doel is soms het weghalen van grote longblazen, maar vooral het weghalen of opruwen van het longvlies, waardoor de long aan de borstkas kan gaan plakken.
  • Echte operatie met groot litteken.