Testen op prostaatkanker: wel of niet laten testen op prostaatkanker

Hoe gaat onderzoek naar prostaatkanker?

Het onderzoek naar prostaatkanker bestaat uit: 

  • een inwendig onderzoek 
  • een bloedtest: de PSA test. 

Bij afwijkingen wordt u naar een uroloog verwezen voor:

  • een echo van de prostaat en/of
  • biopten uit de prostaat (afname stukjes weefsel).

Inwendig onderzoek

Bij inwendig onderzoek controleert de arts met een vinger via de anus hoe de prostaat voelt. Een knobbelige prostaat kan op kanker wijzen. U krijgt een verwijzing naar de uroloog. Bloedonderzoek is dan niet nodig. Ongeveer de helft van de mannen bij wie de prostaat afwijkend voelt, heeft prostaatkanker.
Inwendig onderzoek kan soms gevoelig zijn. Maar voor u tot tien kunt tellen is het onderzoek klaar.

Bloedtest: PSA 

De PSA-test is een bloedonderzoek waarbij de hoeveelheid Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) in uw bloed wordt gemeten. PSA is een eiwit dat in de prostaat wordt gemaakt. Bij elke man zit er een klein beetje PSA in het bloed.

Bij een normaal PSA is de kans op prostaatkanker of prostaatontsteking heel klein (ongeveer 1 procent). 

Bij een verhoogd PSA kan uw prostaat ontstoken zijn of u kunt prostaatkanker hebben. U kunt ook een hoog PSA hebben zonder dat er iets mis is met uw prostaat. Om te weten of u prostaatkanker heeft, is verder onderzoek nodig. 

Verder onderzoek 

Als uw PSA-gehalte verhoogd is, of als uw prostaat knobbelig aanvoelt, kan de uroloog (met echo en biopten) uitzoeken hoe dat komt. 

Echo van de prostaat

De uroloog voelt ook naar uw prostaat en maakt een echo met een apparaatje dat in uw anus wordt gebracht. De uroloog meet zo hoe groot uw prostaat precies is. Daarmee kan worden bepaald of u ook vervolgonderzoek nodig heeft.

Biopten uit de prostaat

Bij 2 van de 3 mannen die een echo krijgen is er een verhoogde kans op prostaatkanker. De uroloog neemt bij hen met een naald stukjes weefsel uit de prostaat voor laboratoriumonderzoek. De uitslag van de het weefselonderzoek is na 1 tot 2 weken bekend.